Begeleiding

De mentor neemt op onze school de centrale plaats in bij de begeleiding van leerlingen. Iedere klas heeft een mentor, die de leerlingen gedurende het schooljaar zó begeleidt dat ze zich thuis voelen op school en zo goed mogelijk kunnen presteren. Dat begeleiden vindt enerzijds in klassenverband plaats, anderzijds individueel, want soms is begeleiden een zeer persoonlijke zaak, waarbij een goede onderlinge relatie belangrijk is.
We streven ernaar, dat alle mentoren getraind zijn voor hun taak in het mentoraat, maar een ieder zal ook zijn eigen invulling aan de begeleiding geven. Bovendien hangt de invulling van het mentoraat samen met de leeftijdsgroep: het begeleiden van een twaalfjarige leerling vraagt een andere benadering dan het contact met leerlingen uit de bovenbouw die al verder zijn op de weg naar volwassenheid. Voor het begeleiden van de leerlingen, in het algemeen, geldt dat de controle op studieresultaten en het bevorderen van het persoonlijk welbevinden nauw met elkaar verweven zijn. De mentor, die vrijwel altijd ook een vakdocent van de leerling is, is de aangewezen persoon om de studieresultaten bij te houden. Daarnaast probeert de mentor ook problemen van persoonlijke aard
en/of studieproblemen vroegtijdig te signaleren en hulp te bieden of, indien nodig, naar andere hulp te verwijzen.
Overigens geldt voor alle leerlingen dat ze ook altijd aan mogen kloppen bij een vakdocent, decaan, leerlingbegeleider, vertrouwenspersoon, directielid of teamleider.
 

Specifieke vormen van begeleiding

Aan het begin van de cursus wordt in het brugjaar een zogenaamde instaptoets afgenomen voor taal en rekenen. Als daaruit blijkt dat bepaalde leerlingen een achterstand hebben, komen zij in aanmerking voor steunlessen. Leerlingen die remediale hulp nodig hebben, krijgen oefeningen om bijvoorbeeld het geheugen te trainen, het handschrift of het ruimtelijk inzicht te verbeteren. Als een bepaalde vorm van dyslexie wordt geconstateerd, wordt in overleg met de ouders/verzorgers bepaald wat er dient te gebeuren. Leerlingen in het brugjaar die in de loop van de cursus een achterstand oplopen bij Nederlands, Frans, Engels of wiskunde, komen ook in aanmerking voor steunlessen voor een bepaalde periode. Wat Nederlands en wiskunde betreft, geldt dit ook in beperkte mate voor leerlingen van klas 2. Leerlingen die moeite hebben met thuis huiswerk maken, kunnen terecht in de huiswerkklas voor één of twee keer per week. Voor de begeleidende activiteiten geldt: uitgangspunt is een beperkte periode; de leerling moet gemotiveerd zijn; de begeleiding vindt buiten de roosteruren plaats. 
 

Begeleiding bij persoonlijke problemen

In het algemeen geldt in onze scholengemeenschap dat de mentor  de studieresultaten controleert en bespreekt, en tevens het persoonlijk welzijn van de leerling bewaakt en bevordert. Elke mentor kan dus te maken krijgen met persoonlijke problematiek van zijn pupil. Wanneer ernstige persoonlijke problemen bij een leerling gesignaleerd worden en het na een gesprek duidelijk is dat speciale begeleiding gewenst is, kan de leerling verwezen worden naar één van de speciaal daarvoor opgeleide leerlingbegeleiders binnen onze scholengemeenschap.
Afhankelijk van de aard van de problemen krijgt zo'n leerling individueel of in groepsverband begeleiding, zodat die leerling met zijn problemen leert om te gaan of zo mogelijk zijn problemen geheel leert op te lossen. Zowel aan het begin van de schoolloopbaan in de brugklas, als aan het eind in de examenklas kunnen leerlingen uit hun evenwicht raken door gebrek aan zelfvertrouwen. Brugklasleerlingen die niet gewend raken aan de terugkerende spanning die optreedt bij diverse schoolprestaties, zoals een mondelinge overhoring of een repetitie, kunnen angstig gedrag gaan vertonen. Dergelijke leerlingen bieden wij een training in groepsverband aan om hun zelfvertrouwen te vergroten, waarna ze meestal in staat zijn om binnen de school beter te functioneren en hun schoolresultaten te verbeteren.
Leerlingen in het examenjaar die onder de druk van het naderende eindexamen voor en ook tijdens mondeling en schriftelijk werk te veel spanning ervaren en gehinderd worden door hun angstige gedachten en gevoelens, kunnen deelnemen aan een examenvoorbereidingsgroep.
Binnen deze groep leren ze hoe ze beter met spanning en alle bijkomende verschijnselen kunnen omgaan, hoe ze hun zelfvertrouwen kunnen herstellen en hoe ze zich zo rustig mogelijk op het centraal examen kunnen voorbereiden.
Als leerlingbegeleider fungeert mevrouw S Ton.