Mbo-deel

Inhoudelijk is Dalton Het Groene Lyceum gesplitst in een vmbo- en een mbo-deel. Het vmbo-deel wordt in leerjaar 4 afgerond met de landelijke vmbo eindexamens. Het mbo-deel start in leerjaar 4 en wordt onder andere regels afgerond. Hieronder vindt u een beschrijving van het mbo-deel, met afspraken rondom de toetsing.


De naam Het Groene Lyceum wekt de indruk dat wij een school zijn die zich alleen richt op land en tuinbouw. Dit klopt niet. Binnen Nederland hebben de AOC's het Concept 'Het Groene Lyceum' ontwikkeld. De combinatie vmbo doorstromend in het mbo is zo ontstaan. 


De leerlingen van Lentiz | Dalton Het Groene Lyceum maken kennis met de omgeving, met de greenport en alle bedrijvigheid erom heen. Daarnaast krijgen zij les in de algemene vakken op een niveau dat aansluit bij hun capaciteiten.


De leerlingen zullen versneld naast hun mavo-diploma ook een mbo niveau 4-diploma halen met een economisch profiel. Hiermee kunnen de leerlingen door naar iedere hbo opleiding. 

 

Mbo opleidingen

Landelijk gezien worden mbo-opleidingen in alle vakrichtingen aangeboden. De leerlingen op Dalton Het Groene Lyceum volgen in het mbo-deel de opleiding detailhandel.

 

Opleidingsnaam

Kwalificatiedossier

Kwalificatie

Detailhandel

management retail

manager retail

 


Beroepsvormende vakken

mbo-vakken op Dalton Het Groene Lyceum zijn lessen gericht op vakkennis. De vakken die in het MBO-deel worden aangeboden zijn: bedrijfseconomie, marketing, kwaliteitszorg, productkennis, management en bedrijfsadministratie. De toetsen van deze vakken uit het Programma Toetsing Bovenbouw (PTB) dienen met een voldoende te worden afgerond. De leerlingen hebben per toets 1 herkansing. De leerling maakt hiervoor zelf een afspraak met de docent. Mocht een leerling een onderdeel hierna niet met een voldoende hebben afgerond gaat de docent met de leerling in gesprek voor een oplossing. Opdrachten worden geadministreerd indien in orde bevonden door de docent.

 

AVO vakken

De vakken van Algemeen Vormend Onderwijs is het deel van het onderwijs dat niet praktijkgericht is. Dat zijn de vakken Nederlands, Engels, Duits, rekenen en loopbaan & burgerschap.   

De landelijke (digitale) examenvorm, waarbij in centraal vastgestelde afnameperioden het eindniveau op afgesproken referentieniveaus wordt geëxamineerd, geldt voor de vakken Nederlands (lezen en luisteren 3F), rekenen (3F) en Engels (B2). Voor Duits (A2) wordt door school het examen georganiseerd en afgenomen.

 

Herkansen talen en rekenen

Conform artikel 6 van het centrale gedeelte van het examenreglement mogen deelnemers een cijfer lager dan een 5,5 één keer herkansen in het lopende schooljaar.

Mondelinge toetsen worden na afspraak met de betrokken (vak)docent afgenomen.

Als een leerling niet verschijnt op het moment van herkansing, zonder opgave van geldige reden, wordt dit toch aangemerkt als een herkansing en vervalt het recht op een volgende herkansing.

 

Doorstroom hbo-vakken

De leerlingen krijgen in de bovenbouw de volgende keuzevakken aangeboden: Nask, biologie en mens en maatschappij. Wiskunde B is een verplicht vak. Deze vakken dienen ter voorbereiding op de vervolgopleiding in het hbo. Leerlingen verdienen per periode studiepunten; deze geven inzicht in de voortgang. Bij onvoldoende punten kan een (bindend) studieadvies gegeven worden. Met deze punten kan een certificaat voor het betreffende vak behaald worden.

Afronding mbo

Het leertraject en de daarbij horende toetsing en afronding van het MBO-deel staat in het schema hieronder weergegeven.




Examen

Het examen bestaat uit alle examenonderdelen. Een Proeve van Bekwaamheid (PvB) toetst of een deelnemer de competenties heeft om een bepaalde kerntaak/werkproces of kerntaken (van een kwalificatie) uit te voeren. Voorafgaand aan de deelname aan een PvB moet de leerling voldoen aan het voorwaardendossier.


Aanvullende certificaten

- Certificaat Jong Ondernemen

- Certificaat van deelname biologie, natuur- en scheikunde en mens & maatschappij

- Certificaat Studiemeter

- Certificaat Anglia examen


Voorwaardendossier

Hierin staan de voorwaardelijke opdrachten beschreven waaraan een deelnemer moet voldoen voordat hij/zij mag deelnemen aan een Proeve van Bekwaamheid, vaardigheidsexamen, kennisexamen of een AVO examen. Een deelnemer moet een aantal voorwaardelijke opdrachten succesvol afronden om aan het examen te kunnen deelnemen. De voorwaardelijke, ontwikkelingsgerichte toetsen behoren niet tot het examen, maar tot het onderwijsproces. Het zijn geen examens. De toetsen tellen dan ook niet mee voor de slaag-/zakbeslissing voor de einduitslag van het examen, staan niet in het examenplan en voor de beslissing of de deelnemer het diploma heeft behaald. De deelnemer kan echter ook andere bewijslast overleggen.


Proeve van Bekwaamheid

De PvB is een mix van toets- en beoordelingsvormen die vaststelt in hoeverre een student voldoet aan (een deel van) de kennis, vaardigheden en (beroeps)houding die het kwalificatiedossier stelt. De proeve vindt vaak plaats in een authentieke of gesimuleerde beroepspraktijk en kan zowel ontwikkelingsgericht als kwalificerend worden afgelegd en beoordeeld.

Een Proeve van Bekwaamheid is een praktische toets waarbij kennis, vaardigheden en houding in samenhang worden getoetst. Er wordt geen cijfer gegeven voor een Proeve van Bekwaamheid. Een deelnemer behaalt een Proeve van Bekwaamheid of haalt de PvB niet. Een deelnemer kan de volgende uitslagen op zijn of haar Proeve van Bekwaamheid behalen: ‘onvoldoende’, ‘voldoende’ of ‘goed’.

 

Voorwaardelijke opdracht

Tijdens de stageperiode in de bovenbouw doen de leerlingen twee voorwaardelijke opdrachten die deel uitmaken van het voorwaardendossier. Hierin tonen zij aan te beschikken over de juiste competenties en de theorie die daar onder ligt. De afronding van de opdracht geeft toegang tot het afsluitende jaar.


Rol en verantwoordelijkheden van school/docent

Van de docenten en de school mag een deelnemer verwachten dat:

• zij zich optimaal inzetten voor jou en het onderwijs;

• er alles aan gedaan wordt om lesuitval tot een minimum te beperken;

• er een goede schoolorganisatie is;

• er (wederzijds) een respectvolle behandeling is van deelnemers en leerkrachten.

 

Gewenst studiegedrag

De docenten in de opleiding verwachten van alle deelnemers:

• inzet tijdens de lessen;

• interesse voor de leerinhoud;

• In toenemende mate actief deelnemen aan het onderwijs;

• dat zij zich houden aan de schoolafspraken;

• dat zij initiatieven nemen om op de hoogte te blijven of vragen stellen;

• dat zij een juiste beroepshouding ontwikkelen.