SchoolOndersteuningsProfiel (Passend Onderwijs)

Passend is onderwijs dat aansluit op de ontwikkeling van de leerling, de mogelijkheden van het personeel en de wensen van de ouders. Wanneer een school de benodigde ondersteuning zelf niet kan bieden, wordt bekeken op welke school binnen het SWV dat wel kan. Dat impliceert dat het SWV een dekkende ondersteuningsstructuur kent. Daartoe hebben de scholen binnen het SWV afspraken gemaakt over wat zij als school kunnen bieden. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen
- basisondersteuning (wat iedere school, eventueel samen met ketenpartners, minimaal aan zorg biedt voor alle leerlingen),
- breedteondersteuning (wat scholen, eventueel samen met ketenpartners, kunnen bieden voor een specifieke doelgroep) en
- diepteondersteuning (het voortgezet speciaal onderwijs voor de doelgroep met een zeer specifieke en/of complexe ondersteuningsvraag die de mogelijkheden van het regulier onderwijs te boven gaan).

De basisondersteuning is voor alle schoollocaties gelijk, er is echter wel een onderscheid gemaakt tussen de PrO/VMBO-scholen en de HAVO/VWO-scholen.
Per schoollocatie is in het schoolondersteuningsprofiel (SOP) vastgelegd wat de school, naast de basisondersteuning biedt aan breedteondersteuning. Bovendien staat vermeld wat de grenzen van de school zijn op het gebied van ondersteuning. Duidelijk is dat voor een optimaal resultaat de samenwerking met de ouders van de leerling onontbeerlijk is.
Het SOP wordt tenminste 1x per vier jaar opgesteld door het team van de school en wordt door het schoolbestuur vastgesteld. De MR/OR van de school heeft adviesrecht.
Het schoolondersteuningsprofiel is als bijlage opgenomen in de schoolgids (te downloaden op deze site).

 

Aanmelding, toelating en de zorgplicht
Bij aanmelding voor het voortgezet onderwijs van een leerling met extra ondersteuningsbehoeften kan het gaan om een leerling die afkomstig is uit het primair onderwijs (instroom) of om een leerling die afkomstig is uit het voortgezet onderwijs (zij-instroom).
Bij leerlingen die van het primair onderwijs komen, kiezen ouders en kind een school die voldoet aan de criteria passend bij het advies van het primair onderwijs. Zij kunnen om verschillende redenen voor een bepaalde school kiezen, bijvoorbeeld omdat zij van mening zijn dat die school hun kind de juiste ondersteuning kan bieden.
Een leerling moet altijd schriftelijk aangemeld worden bij een school voor voortgezet onderwijs, ten minste 10 weken voor het begin van het schooljaar.
Door de afleverende school wordt alle relevante informatie overgedragen aan de school voor voortgezet onderwijs, inclusief de extra ondersteuningsbehoeften van de leerling. 

Op basis van de beschreven ondersteuningsbehoeften van de leerling onderzoekt de ontvangende school welke onderwijsondersteuning gegeven moet worden. De school bepaalt of zij op de gewenste ondersteuningsvraag een passend antwoord kan bieden en vertaalt de ondersteuningsvraag in directe en haalbare handelingssuggesties. Dit wordt binnen de ondersteuningsstructuur van de school, eventueel in samenwerking met een ketenpartner, bekeken. Ook wordt gekeken naar de eventuele noodzakelijke ondersteuning in de thuissituatie. De CJG-medewerker van de school bepaalt, in nauw overleg met de school, of en in welke mate dit gewenst is. Het doel is om tot een gezamenlijk plan te komen vanuit school en jeugdhulp, zodat dit verbonden is met elkaar en er regelmatig afstemming plaatsvindt tussen de jeugdhulp en school. Om tot een goed passend aanbod te komen, is het van groot belang dat zowel de afleverende school als ouders alle informatie over een leerling overdragen aan de nieuwe school.

De ontvangende school neemt een besluit tot toelating. In alle gevallen, zowel bij toelating als bij afwijzing, ontvangen ouders schriftelijk bericht over het besluit van de school. Het schoolbestuur moet eerst kijken wat de school zelf kan doen. Als blijkt dat de school de extra ondersteuning niet kan bieden, moet zij de ouders goed kunnen uitleggen waarom zij geen passend aanbod kan doen. Deze school zoekt dan, in nauw overleg met ouders, een andere, meer passende school.
Zoals beschreven in de wet hebben scholen de plicht om, na schriftelijke aanmelding door ouders, de leerling binnen 6 weken aan te nemen of een plek aan te bieden op een andere school waar de leerling wel geplaatst kan worden (zorgplicht). De school mag deze termijn één keer met maximaal 4 weken verlengen. Als het niet lukt om binnen deze termijn een passende school te vinden, wordt de leerling ingeschreven op de aangemelde school (eerste aanmelding na het primair onderwijs) of blijft de leerling ingeschreven staan op de school van herkomst (binnen het voortgezet onderwijs). Zijn ouders het niet eens met de toelatingsbeslissing van de school, dan kunnen zij een beroep doen op een onafhankelijk onderwijsconsulent. Als dat onvoldoende effect sorteert, kunnen ouders terecht bij de landelijke Geschillencommissie Passend Onderwijs.
De zorgplicht is van toepassing op leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en die niet zonder meer het onderwijs kunnen doorlopen.
In het voortgezet onderwijs moet het bevoegd gezag eerst beoordelen of een leerling voldoet aan de vooropleidingseisen, gesteld in het Inrichtingsbesluit WVO. Voldoet de leerling daar niet aan (bijvoorbeeld een VMBO-leerling meldt zich aan op het VWO), dan is de zorgplicht niet van toepassing.