Zo zit de opleiding in elkaar

Havo en vwo beginnen allebei met drie jaar basisvorming. Iedereen krijgt dezelfde 15 vakken. Alleen het tempo is verschillend.

 

Zelfstandig leren

Op de havo en in het vwo leer je zelfstandig werken. Je krijgt steeds meer verantwoordelijkheid voor je eigen studieplanning en je vorderingen. Naast de contacturen heb je regelmatig een vrij studie-uur. Je kiest dan zelf in welk vak je begeleiding wilt. Ook kun je op die momenten aan het werk in de zelfstudielokalen of in de mediatheek.

 

Havo

Leer je gemakkelijk en ben je praktisch ingesteld, dan is Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs (havo) voor jou de beste keuze. Met je diploma kun je direct aan het werk. Maar de havo bereidt je ook voor op het hoger beroepsonderwijs. Zoals de hts (technisch onderwijs), het heao (economisch en administratief) of de pabo (leraar worden in het basisonderwijs). Ook kun je met je havo-diploma overstappen naar de vijfde klas van het vwo. Als je naar de universiteit wilt bijvoorbeeld.

 

 

Vwo

Studeer je graag, snap je moeilijke dingen snel en haal je een hoge Cito-score, dan is het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (vwo) voor jou geschikt. Met een diploma vwo kun je gaan studeren aan de universiteit. Het vwo heeft twee varianten.

  • Het atheneum duurt zes jaar. Het belangrijkste verschil met de havo is het tempo en het abstracte niveau van de leerstof. De vakken zijn vrijwel hetzelfde.
  • Het gymnasium is hetzelfde als het atheneum. Alleen krijg je ook nog Latijn en Grieks. Je leert deze klassieke talen niet alleen lezen en schrijven, maar maakt ook kennis met de cultuur van de klassieke wereld.