25 mei 2022

Martin van Gogh, Economic Board Zuid-Holland: ‘De grootste technologische maakindustrie van het land – en niemand die het weet!’

Netwerk, Strategische partner in de regio
Het is misschien wel het best bewaarde geheim van Nederland: met 30.000 bedrijven, 110.000 mensen en 25 miljard euro jaarlijkse omzet heeft Zuid-Holland de grootste technologische maakindustrie van ons land. En als het aan de Economic Board Zuid-Holland ligt, wordt de bijdrage aan Nederland nog groter: in 2030 moet de omzet zijn verdubbeld. Dat betekent dat er in negen jaar tijd 30.000 nieuwe arbeidsplaatsen bijkomen. Logisch dus wat er met stip boven aan de prioriteitenlijst staat: goed geschoolde mensen met een hart voor techniek en technologie.

Martin van Gogh schudt de voorbeelden zo uit zijn mouw: burgemeester Aboutaleb van Rotterdam? Was stomverbaasd hoe groot de maakindustrie in de regio was. De CEO’s van bedrijven als Fokker, Mammoet, Shell, DSM? Hun monden vallen open als Van Gogh het getal van 30.000 maakbedrijven in de regio noemt. “En in Den Haag kijken ze over hun eigen achtertuin heen”, vertelt Van Gogh. “Daar denken ze: ‘die regio redt zich wel’. Niemand beseft dus wat een fantastisch economisch cluster we hier hebben.”

Iedere CEO wil Van Goghs lijst hebben

Als vicevoorzitter van de Economic Board Zuid-Holland ging Van Gogh een trits grote bedrijven in de regio af, om ze van die werkelijkheid te doordringen. “Iedere CEO die ik sprak wilde die lijst van 30.000 bedrijven graag hebben”, vertelt Van Gogh. “Ze zagen allerlei mogelijkheden, bijvoorbeeld in het kader van reshoring (het terugbrengen van productie van onderdelen vanuit het buitenland naar Nederland, red.). Daar ligt een gigantische kans voor het oprapen.”

Aantal eisen

In veel gesprekken kwam wel een ‘maar’ ter tafel. Want de grootbedrijven willen graag zakendoen met de Zuid-Hollandse maakindustrie, maar ze stellen daarbij een aantal eisen. Van Gogh: “Vrijwel alle bedrijven kwamen met een vergelijkbaar lijstje: zaken als cybersecure leveren en IEC-normen (internationaal geaccepteerde normen voor elektrische producten en diensten, red.), meedenken en innovatie zijn harde eisen om aan deze bedrijven te mogen leveren. En juist op dat gebied hebben veel van de 30.000 bedrijven op ons lijstje nog veel te doen.”

Bij uitstek een MKB-regio

Dat heeft onder meer te maken met het soort bedrijven in de regio. “Zuid-Holland is bij uitstek een MKB-regio”, legt Van Gogh uit. “We hebben hier fantastische bedrijven met twintig tot vijftig medewerkers, die heel mooie dingen maken. Maar bij die omvang schieten sommige bedrijfsondersteunende processen erbij in. Dat is een belemmering, maar ook een kans om te groeien en samen te werken. Voorbeeld: er zijn 147 bedrijven in de regio die iets doen in de medische hoek, maar ze kennen elkaar niet. Laten we die samenbrengen om te werken aan zaken als cybersecurity en certificering.”

" ‘Niemand beseft wat een fantastisch economisch cluster we in Zuid-Holland hebben’"

Onderdeel van iets groots

Voor dit soort initiatieven krijgt Van Gogh de handen gemakkelijk op elkaar merkt hij. “Mensen worden heel enthousiast en trots bij het idee dat ze onderdeel zijn van iets groots. Dat is precies de insteek van de Economic Board. We willen groei stimuleren door een excellent klimaat te creëren”, vertelt hij. “Dat begint met het besef dat we een economische reus zijn. Waarom denken mensen wel aan de regio rond Eindhoven als cluster voor de maakindustrie, maar niet aan Zuid-Holland? Dat beeld gaan we rechtzetten.”

Imago telt

Want imago is belangrijk, weet Van Gogh maar al te goed. Als divisiedirecteur bij Batenburg is hij verantwoordelijk voor 600 engineers. Die ontwikkelen de besturing voor veel bruggen en sluizen in Nederland, voor grote bedrijven als Heineken en Friesland-Campina én voor veel bedrijven in de tuinbouw. Het orderboek is voor de komende jaren goed gevuld. Van Gogh: “Ik ben dus altijd op zoek naar goede nieuwe mensen en ik weet hoe groot de concurrentie daarbij is. Als we de komende jaren in de regio die 30.000 nieuwe mensen willen werven, moeten we hard ons best doen om te laten zien hoe mooi ons werk is. Daarom vind ik het zo belangrijk om regelmatig leerlingen over de vloer te hebben, onder meer van Lentiz.”

Martin van Gogh

Zwaar en vies werk?

Van Gogh hecht aan die bezoeken, want jongeren raken alleen overtuigd als ze met hun eigen ogen zien wat het werk inhoudt, merkt Van Gogh. “Aan technische beroepen kleeft het vooroordeel dat het zwaar en vies werk is”, legt hij uit. “Neem bijvoorbeeld jongeren die tweede of derde generatie Nederlander zijn. Hun ouders of grootouders willen niet dat zij een technisch beroep kiezen. Want zij denken dan niet aan robots of artificial intelligence, maar aan het slecht betaalde, zware werk waarvoor ze zelf naar Nederland zijn gekomen. Op veel scholen in onze regio heb je het dan over de helft van de leerlingen, voor wie de techniek geen serieus carrièreperspectief is. Daar moeten we echt iets aan doen.”

" ‘We moeten hard ons best doen om te laten zien hoe mooi de technologische sector is’"

Scholen beconcurreren elkaar gek

Overigens geldt voor een veel bredere groep jongeren dat ze techniek en technologie nauwelijks overwegen als serieus carrièrepad. Van Gogh wijt dat deels aan hoe het onderwijs in Nederland is ingericht. “In het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs is maar weinig aandacht voor techniek en technologie. Vervolgens moeten jongeren een vervolgopleiding kiezen. Onderwijsinstellingen in Nederland krijgen betaald per diploma dat wordt behaald – het maakt niet uit wat voor diploma. Mbo- en hbo-instellingen beconcurreren elkaar dus helemaal gek en tuigen elke opleiding op waarmee ze leerlingen kunnen trekken. Resultaat: een slechte aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.”

Duitsland als voorbeeld

Een mogelijke oplossing zag Van Gogh op werkbezoek in de Duitse deelstaat Baden Württemberg. “Daar is de jeugdwerkloosheid verwaarloosbaar”, vertelt hij. “Dat komt doordat opleidingen daar pas geld krijgen als een leerling een baan heeft gevonden. Zo zorg je ervoor dat scholen veel beter gaan kijken hoe ze hun onderwijs relevant kunnen maken voor de regio. Waarom kan dat in Nederland niet? Dat is een moeilijke boodschap voor de onderwijsinstellingen, maar ik vind het ook een taak van de Economic Board om dit aan de orde te stellen.”

Jongeren verleiden

Het allerbelangrijkste is en blijft om jongeren te verleiden om voor een carrière in de techniek te kiezen. Van Gogh: “We moeten kinderen zoveel blootstellen aan technologie dat ze daarbij vanzelf aan drones en medische robots gaan denken. Daarvoor moeten we als bedrijven en scholen de handen ineenslaan. Dat betekent echt niet dat we hysterisch moeten doen over de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven. Maar kinderen moeten op school wel systemisch leren denken en ze moeten vooral veel lol krijgen in techniek. Dan durven wij als bedrijven in de regio zonder aarzelen een baangarantie af te geven.”

Dit artikel komt uit het magazine Lentiz netwerk van maart 2022 en gaat over technologie en innovatie. Verschillende Lentiz-scholen startten vernieuwende, praktische opleidingen gericht op technologie en innovatie. Lees er alles over in het nieuwe Lentiz netwerk.