Het vak levensbeschouwing

Levensbeschouwing betekent : kijken naar het leven.
 
Bij het vak levensbeschouwing gaat het altijd om jouw kijk op het leven.
In de lessen houd je je bezig met de dingen die belangrijk zijn in jouw leven. Je stelt jezelf levensvragen  zoals:
Wat is het doel van mijn leven?
Wat vind ik belangrijk in het leven?
Is er een leven na de dood?
Is er een god?
Waarom is er zoveel lijden in de wereld?
Waarom overkomt mij dit?
Wat maakt mij gelukkig? 
 
Waarom levensbeschouwing?
 
De keuzes die je maakt in je leven hebben te maken met hoe jij tegen het leven aankijkt: jouw levensbeschouwing.
Jouw ervaringen, opvattingen, beelden, rituelen, de mensen waar je mee omgaat, en jouw handelen zijn onderdelen van levensbeschouwing.
In je leven krijg je te maken met al die onderdelen. In de dingen om je heen, de mensen om je heen, in de maatschappij waar je deel van uit maakt, in de geschiedenis, in je eigen “ik” eigenlijk in alles.
Levensbeschouwing helpt jou structuur in het leven te geven en de betekenis van het leven beter te begrijpen.
 
Veel mensen vinden hun antwoorden op levensvragen uit de godsdiensten.
 Daarom is het belangrijk dat je leert over de godsdiensten.  Je krijgt in je leven te maken met mensen die tot een bepaalde godsdienst horen. Als jij kennis hebt van de godsdiensten kun je die mensen ook beter begrijpen en misschien zijn er onderdelen van een godsdienst die jou aanspreken, waar jij in jouw leven ook iets aan hebt. Zo leer je van elkaar.
 
De lessen zijn iedere keer weer anders. We werken met een boek, kijken naar een film, doen creatieve opdrachten, soms praten we een hele les met elkaar, we luisteren naar muziek, kijken naar kunstwerken, en je mag ook altijd aan de klas vertellen wat je met de klas wilt delen.