Nederlands

Leerjaar:

Je krijgt Nederlands in het derde en vierde leerjaar, het is een verplicht vak voor alle leerlingen. 
 

Uit welke methode werk je?

Je werkt uit de methode Nieuw Nederlands, die ook in de onderbouw gebruikt wordt. Het is een leuk boek met thema’s die bij jou en je leeftijd passen. 
 

Wat heb je nodig bij Nederlands?

Het boek, dat je iedere les bij je hebt, een flinke stapel lijntjesschriften, een woordenboek Nederlands en een goed gevuld etui (lastig als je pen het ineens niet meer doet). Soms heb je werkbladen nodig, die krijg je in de les van je docent. 
 

Lesuren:

Je krijgt minimaal drie uur per week Nederlands. We werken dan uit het boek, je krijgt een stukje theorie en je werkt tijdens de les aan opdrachten, soms alleen, soms met een groepje.
Tijdens de flexuren heb je de gelegenheid om op de computer nog eens extra te oefenen. 
 

Werkwijze:

Aan het begin van het jaar krijg je de PTA’s, dit is een lijst waarop alle SO’s, repetities en tentamens voor het hele jaar staan.
We werken steeds 5 weken met een thema (bv. Respect, Stage en Mening) In ieder thema behandelen we: begrijpend lezen, schrijven, taal en woordenschat, spelling en grammatica (taalverzorging). Je krijgt uitleg in de les, maar je moet na iedere les ook huiswerk maken, dat bespreken we de volgende les. Na ieder klein stukje krijg je een SO. Aan het einde van een thema krijg je een repetitie over het hele hoofdstuk. 
 

Saai?

Soms misschien een klein beetje, want we oefenen veel met spelling en grammatica. Logisch, want je moet de Nederlandse taal goed beheersen! Maar we doen ook veel andere dingen: soms kijken we een film, lezen een stuk uit een boek of werken aan projectopdrachten. Je leert ook hoe je zakelijke brieven/ e-mail moet schrijven, gesprekken moet voeren, een presentatie moet geven en nog veel meer.

 

RT of bijles:

Als je gewoon de lessen goed volgt en je huiswerk maakt, gaat het allemaal lukken. Heb je met een onderdeel een probleem, kun je altijd bijles krijgen.