Begeleiding op het Geuzencollege

We willen onze leerlingen opleiden én vormen tot zelfstandige mensen. Daarbij gaan we er van uit dat ze al heel veel kunnen!

 

Als dat allemaal goed gaat hebben ze dus ook geen extra hulp nodig, afgezien van de complimenten dat ze het heel goed doen.

 

Soms hebben leerlingen wel een steuntje in de rug nodig.

 

Wij hebben dat bij ons op school als volgt geregeld:

 

Mentor

Elke klas wordt begeleid door een mentor die een groot deel van de lessen geeft. Zo heb je met minder leraren in de school te maken en is de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs niet zo'n heel grote stap.

 

Een leerling kan voor bijna alles bij de mentor terecht. Hij of zij volgt de studieresultaten, bespreekt die met de leerling en met de ouders/verzorgers en houdt in de gaten of de leerling het wel naar de zin heeft op school. De mentor is ook de eerste contactpersoon naar de ouders/verzorgers.

 

Een mentor heeft éénmaal per week ook nog een mentorspreekuur op het rooster staan voor de leerlingen.


Leerwegondersteuning

In een klas met leerweg-ondersteuning zit je in een kleinere groep. Dan krijg je als leerling natuurlijk veel meer aandacht dan wanneer je in een grote groep zou zitten. Dat is handig want aandacht = ondersteuning!

 

In de ingeroosterde ondersteuningsuren krijgen deze leerlingen bovendien hulp en ondersteuning bij die onderdelen waar ze een achterstand in hadden. Vooral op het gebied van begrijpend lezen, spelling, woordenschat en rekenen.

 

Zo heeft iedere leerling een eigen persoonlijk leerplan en houden we vorderingen scherp in de gaten.




Flex uren en Bijles

Elke klas heeft een (aantal) flex-uren, waarin je zelfstandig werkt of extra hulp krijgt als dat nodig is.

 

In die tijd ben je ook bezig met projecten of bijzondere taken of aan huiswerk. In deze uren is meestal jouw mentor aanwezig omdat hij/zij het beste weet waar jij goed en wat minder goed in bent. Soms kunnen deze uren net die ondersteuning bieden om een niveau hoger te komen.

 

Ook bestaat de mogelijkheid om tijdens deze flexuren bijles te krijgen in bepaalde vakken. Dit om extra ondersteuning te krijgen in bijv. Nederlands, Engels, wiskunde etc. om te voorkomen dat hij of zij te veel achter gaat lopen.


Het Geuzenuur

Elke mentor geeft ook een Geuzenuur, misschien wel het belangrijkste lesuur van allemaal!

 

In deze lessen leer je hoe je om moet gaan met andere mensen en met je eigen gevoelens:

verliefdheid, verdriet, blijdschap, hoe zeg je wat je voelt.

 

We gaan het ook hebben over faalangst, omgaan met boosheid, over lichaamstaal, over de klas, over jou, hoe kun je het beste leren, keuzes maken, wat past bij jou...


Dyslexie

Als is vastgesteld dat een leerling dyslectisch is wordt daar op het Geuzencollege rekening mee gehouden tijdens de lessen.


Met de ouders en leerling wordt doorgesproken en vastgelegd op de   PDF-bestanddyslexiekaart  van welke faciliteiten de leerling gebruik wenst te maken. Dat is afhankelijk van de mate van dyslexie en de voorkeur van de leerling. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden om materiaal te vergroten of voor meer tijd om iets te lezen. Ook mondeling toetsen in plaats van schriftelijk behoort tot de mogelijkheden.

 


Begeleiding buiten de lessen

Faalangst

Soms hebben kinderen erg last van faalangst. Ze kunnen daardoor niet die resultaten laten zien van het werk dat ze eigenlijk wel beheersen. We hebben daarvoor een faalangstreductietraining van 12 weken waarmee we de kinderen handvatten geven om daar beter mee om te kunnen gaan.

 

Sociale vaardigheidstraining

Kinderen vinden het soms moeilijk om goed voor zichzelf op te komen, ze cijferen zich weg, laten over zich heen lopen. Anderen zijn soms te veel op zichzelf gericht, denken weer te weinig aan de mensen om zich heen.

 

We organiseren in samenwerking met de Schoolmaatschappelijk werkster jaarlijks een aantal trainingen waarbij we ingaan op bovengenoemde problematieken en proberen dit te normaliseren.


Gezinsspecialist

Het kan zijn dat het net niet lekker gaat met een jongere op school of in de thuissituatie. 

Voorbeelden zijn:

   de schoolprestaties van de jongere dalen onverwachts, 

   de jongere kan zich moeilijk concentreren, wordt gepest of is bang voor toetsen. 


Er kunnen tal van redenen zijn waarom een jongere dit gedrag laat zien. Heel vaak gaat dit gedrag gewoon weer over, maar soms zijn er twijfels bij ouders of de school of het gedrag van de jongere de ontwikkeling kan belemmeren in de toekomst. De school kan dan een gezinsspecialist inschakelen. De gezinsspecialist is werkzaam op school en de docenten en ouder(s) kunnen hier om advies of kortdurende begeleiding vragen.


PDF-bestandWilt u hier meer over lezen, klik dan hier.