Overgangsnormering

Onderbouw

Bij de overgang van klas 1 naar klas 2 én bij de overgang van klas 2 naar klas 3 wordt de volgende normering gebruikt:

  • Het vierde rapport is het eindrapport en wordt samengesteld uit R1, R2 en R3 met de daartoe afgesproken formule (1*R1 + 2*R2 + 2*R3)/5.
  • We spreken bij de normering over tekorten. Een leerling die geen onvoldoendes heeft, heeft geen tekorten. Als een leerling een 5 heeft dan spreken we van één tekort. Een 4 is twee tekorten. Een 3 is drie tekorten. Eén 5 en  één 4 zijn dus ook 3 tekorten, etc.
  • Deze normering geldt voor alle leerwegen … de Gemengde/Theoretische Leerweg, de Kader Beroepsgerichte Leerweg én de Basis Beroepsgerichte Leerweg.
  • We hanteren het principe van het gericht bevorderen. Dat betekent dat we in eerste instantie kijken naar welk niveau in het opvolgende leerjaar de leerling het beste bevorderd kan worden.
  • Gericht bevorderen betekent niet dat een leerling niet kan doubleren. Bij méér dan 6 tekorten besluit de rapportvergadering dat het in het belang van de leerling beter is om niet naar het volgende leerjaar bevorderd te worden. In dat geval moet de leerling het leerjaar overdoen. 

  • Iedere leerling wordt apart besproken. Daarbij staat het individuele belang van de leerling altijd voorop.
  • Als er bij een leerling bijzondere dingen aan de hand zijn (of zijn geweest) zoals:
      • langdurig schoolverzuim;
      • intensievere pedagogische en/ of didactische begeleiding;
      • psychosociale en/ of sociaal emotionele begeleiding;
      • medische begeleiding;
      • dan komt deze leerling automatisch in de bespreking.
  • In die gevallen waarin het verzuim groter is dan 300 lesuren, moet de leerling het leerjaar overdoen of zal een traject in een andere vorm van onderwijs gevolgd moeten gaan worden. Daarbij zal de leeftijd van de leerling ook een rol spelen.
  • De maatschappelijk stage moet aan het einde van klas 2 volledig en voldoende zijn afgesloten om naar klas 3 over te kunnen gaan.
  • De beslissingen die na bespreking van een leerling worden genomen in de eindrapport vergadering zijn bindend.



Opstromen en afstromen:

·      Voorwaarden voor het opstromen naar een hoger niveau:

o   het gemiddelde van de vakken die leerweggericht becijferen moet 8.0 of hoger zijn

o   een meerderheid van de docentenvergadering is het eens met het opstromen

o   bij álle vakken staat een voldoende (6.0 of hoger) op het eindrapport (R4)

·      Voorwaarden voor het afstromen naar een lager niveau:

o   het gemiddelde van de vakken die leerweggericht becijferen is lager dan een 6.0

o   een meerderheid van de docentenvergadering is het eens met het afstromen

·      De vakken die op niveau cijfers geven zijn: Ne, En, Fa, Du, Bi, Wi, Ec, Gs, Ak.
 

alle vakken

criterium

beslissing

0 tekorten

Voldoet aan voorwaarden voor opstromen

Gaat over naar een hoger niveau

Voldoet niet aan voorwaarden voor opstromen

Gaat over op hetzelfde niveau

1 of 2 tekorten

 

Gaat over op hetzelfde niveau

3 t/m 6 tekorten

De docentenvergadering beslist:

1. Gaat over op hetzelfde niveau
2. Gaat over op een lager niveau als wordt voldaan aan de voorwaarden
3. Doubleren
4. Andere vorm van onderwijs

Meer dan 6 tekorten

De docentenvergadering beslist:

1. Doubleren
2. Andere vorm van onderwijs

 


Bovenbouw

Overgangsnormering bovenbouw 
  

De systematiek van het bevorderen in de bovenbouw wijkt af van die van de onderbouw. Hoewel de leerlingen in de

bovenbouw starten met hun Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) kennen we aan het einde van klas 3 een

overgang naar klas 4.


Om over te kunnen gaan dient de leerling aan de volgende voorwaarden, gelijk aan de slaag/zakregeling van het examen, te voldoen:


Een leerling gaat over indien:

• alle vakken een 6 of hoger of

• één 5, rest 6 of hoger of

• één 4 met minimaal één 7 en rest 6 of hoger of

• twee keer 5 met minimaal één 7 en rest 6 of hoger.

• De vakken CKV en LO moeten voldoende zijn afgesloten.


  1. Voor het bepalen van de overgang wordt gekeken naar het cijfers van het laatste rapport, dat is ontstaan uit het voortschrijdende gemiddelde van alle behaalde cijfers uit het voortgangsdossier in klas 3.
  2. Een leerling die aan het einde van klas 3 nog niet aan de overgangsnorm voldoet, wordt in de gelegenheid gesteld om voor één AVO-vak (Algemeen Vormend Vak) een extra herkansing van een tentamen uit periode 3 te maken om alsnog aan de normen te voldoen. Het hoogst behaalde tentamencijfer voor het herkanste vak telt.
  3. Een leerling, uit klas 3, die niet aan de overgangsnormen voldoet, kan eventueel doorstromen naar een lager niveau (GTL > KBL of KBL > BBL).
  4. Een leerling, uit klas 3, kan op advies van de rapportvergadering voor één of meer vakken bevorderd worden naar een hoger niveau (BBL > KBL of KBL > GTL).
  5. Een leerling, uit klas 4, die niet aan de slagingsnormen voldoet, kan eventueel doorstromen naar een lager niveau (GTL > KBL of KBL > BBL). Dit is een dringend studieadvies
  6. Het is in principe niet mogelijk om een leerjaar voor de derde maal te doen. Dan wordt er of gericht overgegaan of er wordt samen met de ouders naar een passende school/onderwijssoort gezocht. 


Door middel van maatwerk zal bij niveauverandering, afhankelijk van de gemiste lesstof en de bijbehorende PTA, in overleg met de examencommissie, worden besloten welke lesstof en toetsen behaald en afgenomen dienen te worden.