Reviuslyceum

Overgangsnormen

Leerjaar 1, 2 en 3

Algemene uitgangspunten

  • In de loop van een schooljaar worden vier rapporten uitgereikt. Het eerste rapport verschijnt aan het eind van het eerste, het tweede aan het eind van het tweede, het derde rapport aan het eind van het derde kwartaal en het vierde rapport (tevens overgangsrapport) aan het einde van het schooljaar.
  • Een rapportcijfer is het op gehelen afgeronde gemiddelde van alle tot dan toe behaalde cijfers voor een vak (het voortschrijdend gemiddelde).
  • De cijfers van het vierde rapport zijn de overgangscijfers.
  • Overgangscijfers lager dan een 3 worden niet gegeven. Op één van de eerste drie rapporten is een cijfer lager dan een 3 wel toegestaan.Het cijfer 5 levert één, het cijfer 4 twee en het cijfer 3 drie tekorten.
  • Een leerling die op de eindlijst één cijfer 5 heeft en voor alle andere vakken een cijfer zes of hoger, wordt bevorderd alsof voldaan is aan de voorwaarde dat elke deelscore ten minste 60 bedraagt.

Deelscores

In de eerste drie leerjaren wordt gewerkt met twee zogenaamde deelscores. Om een deelscore te bepalen, moet het gemiddelde van de betreffende overgangscijfers worden vermenigvuldigd met 10 en tenslotte rekenkundig worden afgerond op een geheel getal. Bij de bepaling van de deelscores tellen alle vakken even zwaar.

Leerjaar 1

De deelscores betreffen de volgende vakken:
Groep 1: Nederlands, Engels, Frans, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, natuur-scheikunde en biologie.
Groep 2: lichamelijke opvoeding, beeldende vorming en muziek.

Vanuit een klas getoetst op vwo-niveau

  • beide deelscores ten minste 60 en maximaal drie tekorten, in het geval van drie tekorten niet alle in één groep: 2 vwo,
  • drie tekorten in één groep: 2 havo,
  • vier of meer tekorten: 2 havo,
  • één of beide deelscores minder dan 60: 2 havo.

Vanuit een klas getoetst op havo-niveau

  • beide deelscores ten minste 80: 2 vwo,
  • beide deelscores ten minste 75: 2 vwo mits de rapportvergadering positief adviseert,
  • beide deelscores ten minste 60 en maximaal drie tekorten, in het geval van drie tekorten niet alle in één groep: 2 havo,
  • drie tekorten in één groep: 2 mavo,
  • vier of meer tekorten: 2 mavo,
  • één of beide deelscores minder dan 60: 2 mavo.

Leerjaar 2

De deelscores betreffen de volgende 2 groepen:
Groep 1: Nederlands, Engels, Duits, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie.
Groep 2: lichamelijke opvoeding, EIO, muziek en beeldende vorming.

Bevordering op hetzelfde niveau

  • elke deelscore ten minste 60 en maximaal vier tekorten met niet meer dan drie tekorten in één groep.
  • voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde; maximaal twee tekorten.

Bevordering naar een hoger niveau

  • voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde; maximaal twee tekorten.
  • beide deelscores ten minste 80,
  • beide deelscores ten minste 75 mits de vergadering positief adviseert.

Bevordering naar een lager niveau

  • indien een leerling niet aan bovenstaande normen voldoet, wordt hij bevorderd naar een lager niveau,
  • bij zeer slechte resultaten kan overwogen worden de leerling twee niveaus lager te plaatsen.

Leerjaar 3

De deelscores betreffen de volgende twee groepen vakken:
Groep 1: Nederlands, Frans, Duits, Engels, geschiedenis, biologie, aardrijkskunde, wiskunde, natuurkunde, scheikunde en economie.
Groep 2: lichamelijke opvoeding, EIO, muziek en beeldende vorming.

Van 3 havo naar 4 havo en 3 vwo naar 4 vwo

  • beide deelscores ten minste 60 en maximaal vier tekorten in ten hoogste drie onvoldoenden;
  • in de vakken die voor de betreffende leerling gaan meetellen in de slaag-zakregeling en daarin worden beoordeeld met een cijfer, maximaal twee tekorten in twee onvoldoenden. Voor een vak dat in de Eerste Fase onvoldoende is afgesloten, is een positief advies van de vakdocent vereist om dit te kunnen kiezen in het vakkenpakket van de Tweede Fase. Indien dit niet het geval is, kan dit profiel niet gekozen worden.
  • Voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde; maximaal één tekort.

Opmerkingen

  • Als een 3 havoleerling niet voldoet aan de eisen, kan hij/zij bevorderd worden naar 4 mavo/vmbo-tl. Voorwaarde is dat in het vakkenpakket maximaal drie tekorten in ten hoogste twee onvoldoendes zitten.
  • Als een 3 vwo-leerling niet voldoet aan de eisen kan hij/zij bevorderd worden naar 4 havo als er een verantwoord profiel gekozen kan worden. Op de rapportlijst mogen dan maximaal vijf onvoldoendes staan met samen minimaal 23 punten.
  • Voor dyslectische leerlingen geldt extra:Bij de overgang van 3 naar 4 is voor het vak Frans of Duits een extra tekort voor het betrokken vak toegestaan (onder de voorwaarde dat dit vak niet wordt gekozen).
Les Frans

Tweede Fase

Algemene uitgangspunten

  • Het overgangscijfer aan het eind van 4 havo, 4 en 5 vwo is het gewogen gemiddelde van het gemiddelde van de voortgangstoetsen (in één decimaal) en het gemiddelde van de praktische opdrachten (in één decimaal). De weging van de praktische opdrachten is vastgelegd in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA).
  • Het overgangscijfer wordt uitgedrukt in een geheel getal.
  • Voor elk vak waarvoor een of meer handelingsdelen deel uitmaken van het PTA moet(en) het geheel van de/alle (dit ter beoordeling van de vakdocent) in dit cursusjaar te verrichten taken voor handelingsdelen ten minste voldoende zijn beoordeeld.
  • Overgangscijfers lager dan een 3 worden niet gegeven.

Overgangsnorm

Een leerling is bevorderd als

  • alle cijfers 6 of hoger zijn, of
  • er 1 x 5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, of
  • er 1 x 4 of 2 x 5 of 1 x 5 en 1 x 4 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde tenminste 6,0 is.
  • CKVen LO zijn beoordeeld als ‘voldoende’ of ‘goed’.
    Voor het eindcijfer van de basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde ten hoogste één vijf en geen vieren of lager is gescoord. Voor leerlingen zonder wiskunde geldt dat ten hoogste één vijf en geen vier of lager voor Nederlands en Engels behaald mag worden.
  • het gemiddelde van de eindcijfers van de onderdelen van het combicijfer wordt aangemerkt als het eindcijfer van één vak.

Overige bepalingen

Bevordering

In de eerste twee leerjaren is doubleren niet mogelijk en wordt de leerling naar een lager niveau bevorderd. Tegen een beslissing van de vergadering tot doubleren kan door de ouders/verzorgers een bezwaar bij de directeur worden ingediend. Voor de overige leerjaren geldt dat indien een leerling niet binnen hetzelfde niveau bevorderd kan worden de rapportvergadering advies uitbrengt: doubleren of bevorderen naar een lager niveau.
In alle leerjaren kan ook een advies uitgebracht worden als een leerling volgens de norm gewoon is bevorderd.De vergadering kan dan advies uitbrengen: bevordering naar een lager niveau. Indien een leerling tegen het advies in het volgende jaar toch in het hogere niveau plaats neemt, kan dat jaar niet gedoubleerd worden.

Voorwaardelijke bevordering

Leerlingen worden in principe niet voorwaardelijk bevorderd. Indien bij uitzondering toch tot een dergelijke bevordering wordt besloten, moeten de voorwaarden waaronder de bevordering plaatsvindt, door de vergadering helder geformuleerd worden. Voorwaardelijke bevordering naar het examenjaar is wettelijk niet toegestaan.

Stapeldoublure

Een leerlingdie in een leerjaar moet doubleren, mag niet nogmaals in datzelfde leerjaar doubleren, ook niet op een ander niveau.Daarnaast mag ook in het daaropvolgend leerjaar niet gedoubleerd worden, ook niet op een ander niveau`.

Herexamen

Alleen bij hoge uitzondering kan een leerling een herexamen worden opgelegd om alsnog aan de overgangsnorm te kunnen voldoen. Het cijfer voor het herexamen vervangt het overgangscijfer.Het herexamen wordt vóór de zomervakantie afgelegd.

Instroom in 4 havo

Leerlingen 4 havo afkomstig van een mavoschool hebben dezelfde rechten als zij die bevorderd zijn vanuit 3 havo.