Biologie

De wetenschapspagina van het NRC op een willekeurige dag (8/1/2010):


Biologie in de bovenbouw 

Het vak biologie is het hoofdvak van het profiel Natuur en Gezondheid (NG). Maar ook als je geen NG kiest, kan je wel biologie kiezen in je vrije ruimte. 

 

Het vak wordt afgesloten met een schoolexamen en een centraal examen. Het schoolexamen is eigenlijk het gemiddelde cijfer van alle toetsen over de theorie en alle praktische opdrachten. Het schoolexamencijfer bepaalt voor de helft je eindcijfer. De andere helft van je eindcijfer wordt bepaald door het centraal examen aan het einde van havo 5 of vwo 6.

 

De inhoud van het vak biologie is in de tweede fase wél enigszins anders dan in de onderbouw. Waar in de onderbouw meer de nadruk ligt op het leren, met soms wat inzicht- en toepassingsvragen, is in de tweede fase het toepassen van kennis belangrijker dan de kennis op zich. Natuurlijk moet je ook dingen leren, kennis die je niet bezit, kun je ook niet toepassen.

 

Belangrijk: Biologie wordt in de tweede fase best een beetje moeilijker. Maar jij bent tegen die tijd natuurlijk ook wat ouder, dus dat kan je best aan. Maar de misconceptie die sommige leerlingen hebben als ze beginnen aan biologie in de tweede fase is, dat het “even makkelijk” blijft als in klas 3. Dat is echter zeker niet het geval! Je zult er soms flink je best voor moeten doen… Maar als je biologie leuk vindt, dan doe je dat graag, toch?

 

Het vak scheikunde is voor het vak biologie niet noodzakelijk, maar wel handig. Want als je wilt weten hoe cellen in elkaar zitten, moet je ook wat weten van moleculen en atomen. Maar laat je niet afschrikken: ook zonder scheikunde kan je best biologie doen. Je zult dat wel soms wat extra moeten doen om alles te begrijpen.

 

We gebruiken in de tweede fase, net als in de onderbouw, het boek “Biologie voor Jou” van uitgeverij Malmberg. Je zult dus veel van de opzet van het boek herkennen. In klas 4 beginnen we eigenlijk weer van voren af aan met biologie: “Wat is leven?”. Daarna behandelen we veel onderwerpen uit de onderbouw nog eens, maar nu gaan we er dieper op in en gaan we er sneller doorheen.  

We zullen het bij biologie gaan hebben over veel dingen die je in het dagelijkse leven tegenkomt. De kranten staan er continu vol mee. Denk bijvoorbeeld aan de invloed van menselijk gedrag op de natuur, voedsel en voedselproductie (bijvoorbeeld wereldvoedselprobleem) en biotechnologie (bijvoorbeeld klonen, DNA-manipulatie). Dit maakt biologie tot een vak dat je dagelijks tegenkomt.

 

Het verschil tussen havo en vwo zit vooral in de manier waarop met de stof wordt omgegaan. De vwo-examens zijn meer wetenschappelijk georiënteerd, het niveau waarop de stof toegepast moet worden is abstracter en complexer. Op havo-niveau ben je veel concreter en praktischer met de stof bezig.

 

Havo

In klas 4 en 5 krijg je vier uur per week biologie. Dat lijkt heel veel, maar omdat het zo leuk is vliegt de tijd voorbij. We proberen vaak practica tijdens de lessen in het lokaal of in het sciencelab te doen. Je zult leren experimenteren en verslagen maken.

 

Vwo

In klas 4, 5 en 6 krijg je drie uur per week biologie. Net als op de havo is het maken van praktische opdrachten belangrijk. Je zult in klas 4 en 5 een grote praktische opdracht maken, daarnaast zal je nog vele kleine po’s doen.


Conclusie

Voor iedereen die in een medische, paramedische of biologische richting verder wil, is dit vak een must, ook als het voor de vervolgopleiding niet verplicht is. In elk geval is het een vak dat je voor je algemene ontwikkeling niet mag missen.


Waarom biologie?

"Biologie is niet alleen boeiend, maar wordt ook steeds belangrijker in onze maatschappij. Bijna alle grote problemen, die op dit moment spelen, hebben een biologische component. Milieu, (onder)voeding, duurzame energieproductie, agressie, broeikasgassen, genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen en dieren, klonering. Wie over deze belangrijke maatschappelijke problemen mee wil praten, dient iets te weten van biologie." 

(bewerkt naar Piet Borst, NRC 21 januari 1999)