Nederlands

Nederlands in de bovenbouw

 

Als je naar de vierde klas gaat, moet je kiezen voor een profiel en dat betekent, dat niet iedereen dezelfde vakken zal hebben. Je kiest dus voor bepaalde vakken, of je kiest ervoor bepaalde vakken te laten vallen.

Dat geldt niet voor Nederlands; iedereen moet dit vak volgen. Dat is natuurlijk niet gek als je bedenkt, dat we in Nederland leven. Je zult de taal van dat land goed moeten beheersen, zeker als je later een baan wilt hebben waarbij je niet met je handen, maar met je hoofd, wilt werken. Leerlingen die havo of vwo doen, worden voorbereid op het hoger beroepsonderwijs of voor een wetenschappelijke opleiding en daarmee word je toch voorbereid op een vak waarbij je veel met taal zult omgaan.

Dat een vak als Nederlands belangrijk wordt gevonden, blijkt misschien ook wel uit de nieuwe maatregel dat van de drie vakken Engels, Nederlands en wiskunde er maar één mag worden afgesloten met het cijfer 5.

 

In de bovenbouw zullen we dus doorgaan met de vaardigheden die in de onderbouw ook geoefend zijn, voornamelijk met lezen, schrijven en spreken.

Van deze vaardigheid is lezen de belangrijkste: goed lezen is natuurlijk erg belangrijk, ook bij andere vakken. Het is dan ook niet vreemd, dat je op het Centraal Schriftelijk Examen zult moeten bewijzen, dat je deze vaardigheid beheerst. Je zult vragen moeten beantwoorden bij een tekst en je zult een tekst moeten samenvatten: dat kan alleen maar goed gaan als je goed kunt lezen. Eigenlijk bepaalt lezen de helft van het cijfer Nederlands.

 

Ook de andere vaardigheden worden geoefend. Je zult moeten laten zien, dat je in staat bent een goed opgebouwd stuk tekst te schrijven, en dat ook nog eens in goed Nederlands. De derde vaardigheid die aan bod komt, is spreken. Je zult leren hoe je een goede spreekbeurt kunt houden; ook in de rest van je leven zul je af en toe een groep mensen moeten kunnen toespreken. Ook leer je deel te nemen aan een discussie.

 

In de onderbouw zijn we ook al bezig geweest met fictie, verzonnen verhalen. Jullie hebben voornamelijk jeugdliteratuur gelezen, maar in de derde klas hebben jullie ook al kennisgemaakt met de literatuur die bedoeld is voor volwassenen.  Daarmee gaan we in de bovenbouw verder. Jullie zullen een aantal boeken moeten lezen, ook uit lang vervlogen tijden, en jullie zullen daarover een mondeling afleggen. Je zult dan vragen moeten kunnen beantwoorden over de inhoud van de boeken, over hoe de boeken zijn opgebouwd en over de geschiedenis van de Nederlandse literatuur (en de plaats van de door jou gelezen boeken daarin).

Dat klinkt allemaal ingewikkeld, maar als je er serieus aan gewerkt hebt, is dat niet het geval. En eigenlijk is dit een van de leukste onderdelen van het vak Nederlands. Of vind je het leuker om de samengestelde zin te ontleden?